
| 2 | Norge på langs | Alleen het geluid van de schapen | 120 - 300 km |
- Milan Gelden
- 1 jul 2025
- 6 minuten om te lezen
De dag breekt aan. Ik ben wederom vroeg op de been; het wordt hier al rond 4:30 licht. Niet dat ik dan meteen opsta, maar de dagen zijn lang met eindeloos veel licht. Rond half zeven ben ik onderweg, de zon tegemoet lopend. De eerste uitzichten op het gebergte verschijnen. Langzaam verdwijnen de bomen en maken plaats voor rotsen, mos en lage struiken. Het is een bijzonder gezicht: een oeroud hooggebergte dat zich eindeloos uitstrekt.
De weg verandert in een smal paadje, zigzaggend door de bergen. Het doet me denken aan het pad van de Kungsleden: technisch, rotsachtig, mossig, moerassig, bezaaid met vennetjes. Geen terrein waar je even lekker doorstapt; het asfalttempo zit er hier niet in. Om me heen heerst stilte. Geen auto's, alleen het ruisen van stromend water en het geluid van schapen. Vaak bungelt er een bel om hun nek, net als bij koeien in de Alpen.

Urenlang kom ik niemand tegen. Uiteindelijk ontmoet ik een schapenherder. Hij vertelt dat hij vandaag eerder een wandelaar is tegengekomen die de NPL loopt. Mijn eerste ontmoeting met een andere NPL-hiker, al heb ik hem nog niet gezien. Misschien kruisen onze paden zich later nog.
Ik klauter vrolijk verder over de smalle paadjes. Het vergt hoge concentratie; soms voelt het alsof ik in een videogame zit. Elke stap moet raak zijn, in een zekere flow, en als het lukt, loopt dat heerlijk. Toch merk ik dat mijn kans op misstappen toeneemt wanneer mijn energie zakt. Soms verbaas ik me hoe ik überhaupt overeind blijf, zeker gezien de speelse manier waarop ik over de rotsen klim.
Aan het eind van de middag glijd ik uit. Niet over een gladde steen, maar over — jawel — een houten plank die bedoeld is om het juist makkelijker te maken. Vaak werkt dat voor mij averechts; die dingen zijn spekglad. Gelukkig blijft de schade beperkt tot modderige handen en een besmeurde kont. Iets zegt me dat dit niet de laatste keer zal zijn.
Het landschap is uitgestrekt en lijkt op veel plekken op elkaar. Daardoor dwaal ik soms van het pad af. Gelukkig is het niet moeilijk om het weer terug te vinden. Je kunt hier sowieso prima ‘cross country’ lopen, zonder het pad strak te volgen. Zo klim ik op een gegeven moment steil de berg op, dwars door het mos, terug naar het oorspronkelijke pad.
Aan het einde van de dag doemt een hut op bij een groot meer: Øyuvsbu. Het regent en ik ruik een haardvuur — verleidelijk. Buiten zit een man, hij kijkt hoe ik aankom. Op mijn vraag of ik binnen mag komen, knikt hij direct: "Tuurlijk." Binnen tref ik verrassend veel mensen aan, blijkbaar afkomstig van de andere, drukkere kant van de route.
Ik heb nog geen idee hoe het hier werkt met overnachten, dus ik vraag het aan een koppel bij het vuur. Ze leggen uit dat er boven nog veel bedden vrij zijn. Je vult een formulier in, noteert je gegevens en krijgt later een betaalverzoek per mail. Ideaal. Ook is er een voorraad eten, gas en een klein beetje elektriciteit. Ik besluit te blijven. Niet doorjagen, maar tevreden zijn met deze dag. Het is 17:30 en er staan 35 kilometer op de teller. Ik mikte op 40, maar dit terrein is andere koek. Bovendien wil ik het rustiger aan doen dan op de PCT.
In de hut draagt iedereen zijn steentje bij — water halen, hout hakken. Niet alle hutten zijn bemand; vaak regelen de wandelaars het zelf. Die nacht slaap ik goed. De volgende ochtend vertrek ik vroeg, steil omhoog het dal uit, mijn dag beginnend met modderige paadjes. Gelukkig wordt het na een kilometer of tien beter en wandel ik van de ene prachtige vallei in de andere. Alles lijkt op elkaar, maar toch is elk dal uniek, met zijn eigen charme. De besneeuwde bergtoppen komen dichterbij — die zal ik later nog beklimmen.
In Øyuvsbu sprak ik met een man die vertelde dat verschillende hutten onderweg voedselvoorraden hebben. Dat opent mogelijkheden: langer in de wildernis blijven, zonder noodgedwongen uit te wijken naar een verharde weg richting een skidorp. Die keuze voelt goed. Het doet iets met je, dagenlang geen wegen, geen auto's, geen huizen. Ik voel me er levendig door.
Vandaag kwam ik één persoon tegen: een Duitser. Hij liep dezelfde route in een week en zag maar twee mensen. Rustig dus. Tot nu toe heb ik af en toe bereik op bergtoppen. Met mijn Garmin InReach kan ik dan sms’jes sturen — een geruststellend lijntje naar huis. ❤️
Ook moest ik door meerdere sneeuwvelden. Soms kon ik ze ontwijken, maar niet altijd. Bijzonder om begin juli nog in een sneeuwlandschap te lopen. Die avond zet ik mijn tent op rond 1100 meter hoogte. Na het eten kruip ik tevreden mijn slaapzak in. Ik dacht mijn tent tactisch uit de wind gezet te hebben — tevergeefs. In de nacht draait de wind en stormt hij precies op mijn tent af. Het tentdoek klappert onophoudelijk, slapen is onmogelijk. Ik hoop dat mijn tentje het houdt. Ik blijf nog een paar uur liggen, toch maar wat rust proberen te pakken. Zodra het licht wordt, pak ik in en ga op pad. Het is wat het is.

Na 12 kilometer bereik ik een berghut. Binnen kan ik opwarmen, koffie zetten en de rest van de dag plannen. In de hoek staat een Morgan-gitaar, uiteraard zonder hoge E-snaar. Met de lage snaren speel ik nog een bluesmelodietje. Gitaarspelen ga ik zeker missen, maar de gitaar zoals op de PCT meenemen is geen optie. Het weer hier is te grillig en het houtwerk zou het niet overleven. Bovendien sleep ik al een grotere camera mee, die ook extra gewicht toevoegt.

Vandaag verloopt moeizaam. Ik glijd vaak uit, verlies een overhandschoen en breek een wandelstok in een moeras — help. Dingen kwijtraken en kapot zien gaan hoort erbij, maar liever niet te snel en te veel tegelijk. Het vraagt flexibiliteit en een positieve instelling, zeker alleen in de wildernis. Gelukkig vind ik in de berghut een afwashandschoen, die voorlopig als overhandschoen fungeert. Zodra ik kan, scoor ik nieuwe.
Ik verlang naar een goede nachtrust, dus kruip vroeg de slaapzak in. De volgende ochtend voel ik bij de eerste stap buiten direct de ijzige wind als messen op mijn gezicht. Vandaag wordt geen pretje. Strijd en overleven.
De eerste hut ligt 10 kilometer verderop. Ik hoop me daar op te warmen met koffie. Al lopend probeer ik warm te blijven, maar de regen en wind zijn meedogenloos. Mijn lichaam moet hard werken om niet teveel af te koelen. Ik had niet veel laagjes aan — de afgelopen dagen was dat ook niet nodig. Vandaag is anders.
Alsof het nog niet genoeg is, moet ik meerdere keren tot mijn knieën door ijskoud water waden. Er is simpelweg geen andere oversteekmogelijkheid. Met klapperende tanden en een tunnelvisie race ik door de bergen. Na drie uur afzien zie ik eindelijk de hut.
Binnen zit iemand voor de kachel. Hij gooit extra hout op het vuur en overhandigt me een deken. Mijn handen zijn nog net warm genoeg om mijn spullen uit te doen, alles op te hangen en droge kleren aan te trekken. Ik raak aan de praat met twee mensen: een Spaanse vrouw en een Noorse man. Die laatste, die opvallend jong oogt voor zijn leeftijd, geeft me waardevolle tips voor dit koude weer. "Wollen laagjes zijn het beste," zegt hij. "Ze reguleren je temperatuur goed en drogen snel." Ik heb wat merinowol bij me, vooral voor ’s nachts, maar dit gesprek doet me beseffen dat ik overdag beter voorbereid moet zijn.

Ik neem ruim de tijd om op te warmen. Extra hout op de kachel, koffie, Noorse aardappelwraps — royaal besmeerd met boter — als lunch, en alvast mijn route plannen. Ook vul ik water bij voor de volgende wandelaars. Vervolgens stap ik weer de kou en regen in, ditmaal met een extra laag aan.
Ik kom niemand tegen, alleen de extreme elementen. Regelmatig doorkruis ik sneeuwvelden, vaak met riviertjes eronder — altijd spannend. Bij rivieroversteken blijf je nooit droog; soms moet ik tot mijn knieën door het ijskoude water. Het is bikkelen. Een paar keer wordt het kantje boord, springend van een sneeuwblok over een kolkende rivier.
Mijn camera blijft vandaag veilig opgeborgen. Ik wil geen risico’s nemen, zeker niet zo vroeg in de reis. Na een serie uitdagingen glijd ik uiteindelijk gecontroleerd op mijn billen de sneeuwvelden af, steeds lager het dal in. De boomgrens verschijnt en het landschap wordt groener.
Het is nog een dag lopen tot Haukeliseter. Daar neem ik een rustdag. Ik kijk nu al uit naar het ontbijtbuffet — even de calorieën aanvullen.






Hoi Milan, wat n bikkel ben je.
Noorwegen is prachtig! Ik ben benieuwd naar je volgende verhalen. Geef jezelf de tijd en rust en ruimte. Wij genieten mee !!
Mooi reisverhaal Milan.
Geniet ervan, en voorzien voorzichtig aan.
Lieve Milan
Wat fijn om zo met je mee te lopen!
Veel succes en geniet!
Weer een mooi verslag en ja Noorwegen heeft een weerbarstige natuur
Prachtig verhaal en foto's Milan, geniet van alles wat noorwegen je te bieden heeft.😘