| 9 | Norge på langs | de hoogvlaktes van Padjelanta | 6-8 augustus |
- Milan Gelden
- 16 sep 2025
- 7 minuten om te lezen
Daar is hij dan: de grens van Noorwegen naar Zweden. Het begin van de Padjelantaleden, een pad waar ik veel over had gehoord, omdat het door een prachtig gebied loopt. Het rotsachtige terrein, de drassige veengrond en het ontbreken van echte paden wordt afgewisseld met houten planken en uitgebaande weggetjes. Ook op de Padjelantaleden zijn er hutten, maar deze zijn vaak bemand en een stuk duurder dan de onbemande Noorse hutten. Het aantal wandelaars in dit Noord-Zweedse gebied is echter groter, waardoor de behoefte aan een overnachtingsplek in een van de hutten ook hoger is.
Afgelopen jaar liep ik rond dezelfde tijd ook in het noorden van Zweden, toen op de welbekende Kungsleden. Een andere prachtige wandeltocht die ik van harte kan aanraden. Het ruige terrein en de uitdagende omstandigheden zorgden er dit keer echter vrij snel voor dat Lies last kreeg van een oude blessure, die leidde tot serieuze klachten. Bij iedere stap voelde ze pijn in haar rechter achillespees, waardoor het lopen van lange afstanden een grotere uitdaging werd. Lies is absoluut geen aansteller en zet altijd door waar ze kan, maar het moeten dealen met een blessure maakte het voor haar geen fijne start. Misschien waren we te hard of te snel begonnen, of speelden er andere omstandigheden mee die we over het hoofd hadden gezien. Hoe dan ook: we zouden het rustiger aan moeten doen om erger te voorkomen.
Pijnstilling is op zo'n moment een optie, maar iets wat Lies liever niet doet, en wat natuurlijk ook geen echte oplossing biedt. Lies haar blessure maakte dat we het tempo wat moesten vertragen. Zelf had ik in het begin wat moeite om me aan te passen aan het tempo en de kortere afstand. Ik wist natuurlijk dat, als je samen loopt, je compromissen moet sluiten. Er zijn echter dingen die je niet van tevoren kunt voorzien. Dit vraagt om flexibiliteit en het soms kunnen loslaten van bepaalde (soms onbewuste) verwachtingen. Lies verbijt zich door de pijn en neemt af en toe een paracetamol. Ze heeft zichtbaar last. We nemen wat vaker pauzes, wat enigszins lijkt te helpen. We hoopten samen dat het snel weg zou trekken...

Onderweg vinden we de eerste cloudberries! De overheerlijke oranje-rode bessen die veel in het Arctische gebied groeien, vooral vanaf augustus. Eerder had ik ze vaak gezien, maar op dat moment nog niet rijp. Nu begint het cloudberry-feest pas echt – waarvan we later letterlijk nog de vruchten zouden plukken. De uitzichten zijn spectaculair. Vanaf de hoger gelegen gebieden zijn twee enorme meren te zien: de Virihaure en de Vastenjaure. Rond de meren liggen bergen, waarvan sommige toppen nog bedekt zijn met sneeuw. Op verschillende plekken aan de meren zijn kleine Sámi-nederzettingen te vinden. De Sámi wonen niet permanent in Padjelanta zoals in dorpen, maar gebruiken het gebied vooral seizoensgebonden. In de zomer grazen hun rendieren op de uitgestrekte weiden van het park, in de winter trekken ze naar zuidelijker gelegen gebieden. Ik ben benieuwd wat we ervan zullen zien. Zo zouden ze in Stáloluokta, het eerste dorpje, gerookte vis en zelfgemaakt flatbread verkopen bij een kiosk.
Het weer is zoals zo vaak grillig en verandert voortdurend. We hebben meerdere keren van kleding gewisseld: omhoog klimmend krijg je het warm, even later verrast een regenbui je weer – helemaal vervelend als je net pauze houdt. Het is continu aanpassen aan de omstandigheden. Wanneer we Stáloluokta naderen, zien we ook een STF-hut (de Zweedse huttenvereniging). Mogelijk kunnen we hier even pauzeren en bekijken wat de opties zijn. Ik kijk nog snel achterom en zie een donkere lucht onze kant opkomen. We zetten er de pas in om de regen voor te blijven, maar tevergeefs: een plensbui daalt op ons neer. Ik probeer nog snel op mijn telefoon te kijken waar de hut zich bevindt, maar dat lukt nauwelijks op een nat scherm, zeker met mijn handschoenen nog aan. Eenmaal in het dorp vinden we gelukkig de hut en kunnen we onder het afdak buiten schuilen. Even op adem komen, omkleden en wachten tot de ergste regen voorbij is. Gelukkig duurde dat niet lang; het weer wisselt hier met grote snelheid. Door de bui zijn we vergeten om vis met flatbread te eten, jammer genoeg niet het juiste moment.
We lopen die avond nog een stukje verder tot bij een meertje. Geen stromend water, maar beter dan niets. Water filteren kan altijd, dus doen we dat. Opvallend genoeg kan ik het aantal keren dat ik tijdens de hele tocht water heb gefilterd, bijna op één hand tellen. Stromend en helder water is hier vrijwel overal beschikbaar, en in bewoonde gebieden kun je gewoon uit een kraan tappen.
De pijn aan Lies’ achillespees is helaas niet verminderd. Het is een vervelende plek om klachten te hebben. Zelf heb ik er ook ervaring mee, meestal door overbelasting. Vorig jaar op de Kungsleden liep ik een groot deel met pijnstillers, wat de ontsteking enigszins temperde en het pijngevoel tijdelijk wegnam. Toch blijft rust de beste oplossing, maar omdat we net begonnen waren en al een paar dagen vertraging hadden, wilden we dat nu liever vermijden. We zouden de komende dagen afwachten hoe het zich zou ontwikkelen.
De volgende dag bracht helaas weinig verbetering. We besloten een korte dag te maken, zodat er meer hersteltijd zou zijn. We vonden een mooie plek langs de rivier om vanuit daar een plan te maken. De dag erna zouden we Akkastugorna kunnen bereiken, een berghut aan de voet van de enorme berg Áhkká. Van daaruit konden we een boot nemen over het Akkajaure-meer richting Ritsem. De boot vertrekt enkele keren per dag. De plaatsnamen klinken groot, maar in werkelijkheid gaat het vaak om een paar hutten, nauwelijks een gehucht te noemen. In Ritsem zouden we onze etensvoorraad kunnen aanvullen, wat goed uitkwam.
Op een tocht bereken je je eten meestal op basis van het aantal kilometers dat je per dag loopt. Een blessure gooit dat zomaar in de war: je legt minder afstand af, maar je voorraad wordt wel steeds minder. Daarom nemen we altijd wat extra’s mee, maar niet te veel – want een zwaardere rugzak zorgt juist voor meer belasting. Producten als aardappelpuree of couscous zijn ideaal, omdat ze door het toevoegen van water in volume toenemen. Daar hadden we dus wat extra van meegenomen.

’s Avonds zaten we bij het kampvuur om onze opties te bespreken. We hadden hout en wat losse planken gevonden, die waarschijnlijk eerder hadden gediend als loopplanken. Ze lagen ver weg van het pad en waren al half aangebrand, dus konden we ze goed gebruiken. In een boomarm gebied is elk beetje brandhout welkom. De rook hield bovendien de muggen grotendeels weg. Terwijl we ons avondeten maakten, bekeken we de vaartijden van de boot. Er ging een boot in de avond en een in de ochtend. De ochtendboot om 9:00 was niet haalbaar – er lag nog 18 km voor ons – dus kozen we voor de avondboot. Daarna kropen we de tent in.
De volgende ochtend tikte de regen zachtjes op de tent. Toen ik even ging plassen, zag ik nog rook uit het smeulende hout komen. Ik gooide er wat extra water overheen, en samen braken we de tent af. Met twee personen in één tent is het soms puzzelen hoe je de spullen inpakt. Alleen heb ik mijn vaste routine, maar samen moet je weer een nieuwe routine vinden. Dat zou vanzelf wel inslijten. Zeker bij regen moet je extra opletten dat je spullen droog blijven, dus de tent gaat altijd als laatste in de rugzak.
De route naar Áhkká was prachtig: laaghangende mist gaf de bergen een mysterieus gezicht. Lies had ’s ochtends pijnstillers genomen, waardoor het eerste stuk aangenamer ging. Je wilt niet de hele dag door pijnstilling slikken, dus probeerden we uit of dit voor de start het meest hielp. Rond twee uur bereikten we de hut. Een vriendelijke vrouw deed open – het aanspreekpunt van de hut. Zij verblijft er tijdens het seizoen om wandelaars te ondersteunen. De hutten zijn zelfvoorzienend, maar extra hulp is in een druk gebied als Padjelanta welkom.

We vroegen of we binnen mochten zitten tot de avondboot. Ze keek op haar horloge en zei dat de boot nét vertrokken was. Blijkbaar vaart er ook eentje in de middag – die hadden we gemist. Dikke pech. Ze wees ons op een afdak bij de haven waar we konden wachten, maar vijf uur schuilen in slecht weer leek ons weinig aantrekkelijk. We waagden het erop en vroegen of we misschien in de hut konden blijven. Toen ze hoorde dat we de hele lengte van Noorwegen liepen, werd ze enthousiast en bood ons zelfs een ''dagbezoek'' bij een andere hut aan voor de helft van de prijs. Een gelukje!
Binnen brandde de kachel al. We konden eten maken, natte spullen drogen en zelfs wat spelletjes doen als we dat wilden. In de hut zat een Zweedse wandelaar, met zijn ouders en zijn vriendin die even ‘op bezoek’ waren gekomen, en wat lekkere dingen hadden meegebracht. Ze vertelden ons over een zeldzame vrucht in Zweden, een soort kleine aardbei, die zowel moeilijk te vinden als moeilijk te plukken blijkt. Met wat suiker verwarmden ze de vruchten in een pannetje op het fornuis, waarvan wij even later ook wat mochten proeven. Erg lekker! Lies repareerde ondertussen mijn zwaar gehavende tas met een naaisetje. Dit zou de laatste hike van de tas worden, gezien deze te veel mankementen begon te vertonen. Ik had hem bovendien al door heel Amerika meegesjouwd en op talloze andere tochten. In Nijmegen had ik hem ook al verschillende keren laten repareren bij een klerenmaker. Echter, is het na deze tocht echt tijd om hem te vervangen voor een nieuwe backpack. Niet veel later kwam er een groep mannen binnen, vrienden die een week door Sarek hadden gelopen. Sarek staat bekend als het wildste gebied van Zweden: grootse bergen, veel wildlife en geen paden. De mannen zagen er moe uit, de een wat vrolijker dan de ander. Ze vertelden voornamelijk slecht weer te hebben gehad, waaronder echt stormachtig weer, en waren opgelucht dat het erop zat. Voor de terugweg hadden ze een helikopter besteld, iets wat in Noord-Zweden verrassend laagdrempelig is. Helikopters bevoorraden hier ook de hutten en gebruiken speciale landingsplaatsen.
Begin van de avond liepen we het laatste stukje naar de haven. Samen met een kleine groep wachtten we op de boot. Zo’n twintig wandelaars stapten uit, bepakt en bezakt, klaar om Padjelanta te verkennen. Wij stapten in, begroetten de vriendelijke schipper, namen plaats achterin en zagen de indrukwekkende berg Áhkká in volle glorie achter ons opdoemen. Wat een aanzicht: van een afstand zie je pas echt hoe immens de berg is. We liepen naar het dek, om daar de zon al langzaam te zien zakken en ondertussen het water rustig langs de boot te zien kabbelen. Een prachtig einde van het eerste gezamenlijke wandelstuk.













Weer een prachtig verhaal
Blijft geweldig om je verhalen te lezen. Wat een toppers zijn jullie en prachtig om zo'n avontuur samen te beleven! 😘❤️
Hoi Milan en Lies. Geweldige ervaringen en uitdagingen die jullie samen dat laatste stuk van de reis gedaan/overwonnen hebben petje af. Ook weer mooi reisverslag niet anders gewend inmiddels. Groetjes Willy
Leuk verslag weer Milan. Toch ook weer leuk met z'n tweeën herinneringen maken.