top of page

| 5 | Norge på langs | Door het platteland, padloze gebieden en stekende vliegen | Rondane - blåfjella 1250 km |

  • Foto van schrijver: Milan Gelden
    Milan Gelden
  • 22 jul 2025
  • 8 minuten om te lezen

Het is warm deze dagen, aangenaam wel. Opeens is het weer wat stabieler. De eerste weken liet ik mijn Garmin meerdere keren het weer checken, gezien het zo onvoorspelbaar was. Nu al een aantal dagen zon, zomerweer.

Ik kies ervoor om via zandpaden en binnendoorwegen van Tynset naar Røros te gaan. Ik zag het nut er niet van in om eerst helemaal oostelijk naar Grövelsjön in Zweden te gaan, om vervolgens weer terug te keren naar Røros. Volgens mij heeft dit vooral te maken met de start van de E1 in Noorwegen, die vanuit Grövelsjön het land binnenkomt.


Lopend door de provincie lijkt het leven nog even trager te gaan. Boerderijen her en der, dieren, weinig mensen of verkeer, alleen de zachte wind door de dennenbomen en het geluid van neerdalend water — waar ik zo nu en dan mijn water bijvul (en filter) of mezelf even opfris. Aangezien ik op lagere hoogtes loop, filter ik het water altijd even, just to be sure.



Tot nu toe heb ik weinig gezondheidsklachten gehad. Natuurlijk, zo nu en dan een verkoudheid, schrale lippen door de zon, een verbrande neus en oren, af en toe pijntjes aan de voeten, onder de muggenbulten zitten — dat soort dingen zijn aan de orde. Maar een gevoel van echt ziek of zwak zijn is tot nu toe uitgebleven (klopt op hout). Het is vaak onvermijdelijk dat er dagen zullen zijn waarop ik me minder voel; het is dan goed om aan te voelen wat er nodig is en daar naar te handelen.


Het continu bewegen en in de natuur zijn, is letterlijk een natuurlijke manier van leven, en dat brengt ook veel goeds. Ook al is mijn voedingspatroon wat beperkt, ik ben nog steeds in staat om grote afstanden af te leggen en daarvan te herstellen.


Verder op pad door het platteland kom ik geregeld door dorpjes, kleine kommunes zoals het hier staat aangegeven, soms ver verwijderd van een grotere plaats. Ik blijf me fascineren over de huizen, de geverfde houten stijl — soms met details erin gegrafeerd — en de groene daken met planten en mos, die perfect in de omgeving blenden. Moestuinen en veel grond: het lijkt hier zowat de norm.


Het doet me afvragen waarom we in Nederland niet vaker huizen in deze stijl bouwen. Althans, in West-Friesland hebben ze wel dorpen waar veel hout wordt gebruikt voor woningbouw, maar zover ik weet gebeurt het niet veel. Het lijkt me namelijk een goedkopere manier om een huis te bouwen en ik denk dat het ook heel mooi zou staan, zelfs in Nederland.


Ik fantaseer weleens over het kopen van een stuk land en daar een Noors huis te laten bouwen, geheel naar eigen wens. Dat zou echt een plaatje worden — maar waarom ook niet? Ik ben benieuwd naar de mogelijkheden. Nederland is natuurlijk een regeltjesland, vooral op het vlak van wonen.


Aan het einde van de dag probeer ik een kampeerplek aan het water te vinden en er nog even in te plonzen. Ik vind een ingang tot het meer en loop de zachte veengrond op, die inmiddels vrij droog is geworden door een aantal dagen zon. Ik zet er even goed druk op om te testen of het water omhoog komt; gelukkig is dat niet het geval. Ik zoek het meest robuust ogende stuk uit en begin mijn tent op te zetten.



Wat er wél uit de grond komt, zijn ongelofelijk veel muggen — duizenden zwermen er door de lucht en plakken zich overal aan mijn lijf vast. Snel, snel zet ik de tent op en ren ik naar het meer. Ik trek alles uit en spring erin. Finally, bevrijd van de invasie. Ik zwem een stukje verder en kijk naar de oever, waar de laagstaande zon het veen verlicht.


Ik geloof haast mijn ogen niet, maar door het licht zie ik ontelbaar veel activiteit boven de veengrond: een zwerm van duizenden muggen! Ik bedenk hoe ik dit ga aanpakken… Naar de tent rennen en daar afdrogen? Of eerst afdrogen, mijn hele lichaam bedekken en dan pas naar binnen?


Ik loop het meer uit, pak mijn spullen op en loop richting de tent. Mijn natte lichaam lijkt minder interessant, want ze laten me even met rust. Snel afdrogen dus, kleren aan, nog even water filteren en hup de tent in.


De muggen hebben zich compleet om en onder de tent verzameld; het wordt een enorme uitdaging om ze buiten te houden. Eerst alle spullen erin, daarna ikzelf. Eenmaal binnen in de tent, zitten er nog veel te veel van die ellendelingen boven mij te zoemen. Waarschijnlijk zaten ze al in mijn tas of spullen en zijn zo binnengekomen. Ook zit er een klein gaatje in mijn muggennet, dat ik niet veel later afdek met mijn wandelstok.


Ik besluit de tent nogmaals op te zetten en de spullen buiten te houden. Het hele proces opnieuw: tent uitkloppen, opnieuw opzetten, en er zelf in. Tot mijn verbazing zitten ze er nog steeds! Mogelijk zijn ze met het uitkloppen in een hoekje beland, want het lijkt er niet minder op geworden.


Ik pak mijn tent wéér in en ga voor poging drie, ver weg van de veengrond. Wederom hetzelfde proces, dit keer met iets meer aandacht voor het uitkloppen, en gelukkig zitten er al een stuk minder muggen in. Wel lig ik dicht bij een weg, waardoor ik het verkeer hoor razen. Gelukkig is dat beperkt, en val ik van vermoeidheid toch in slaap. Een lange dag… Gelukkig kon ik er nog om lachen, en heb ik weer een les geleerd.


De volgende dag ga ik via een zandpad een berg op, waarna het pad vervolgens ophoudt. In mijn GPS-app heb ik verschillende routes staan, dus normaal is er keus. Nu staat er dat beide routes als rechte lijn van A naar B gaan — oftewel, je moet gewoon door het wild lopen en je eigen weg kiezen.


Het begint wat onstuimig: lage struiken met wortels, veengrond waar je moeilijk doorheen komt. Maar naarmate je hoger komt, begint de ondergrond harder te worden, komen er meer vlakke, rotsachtige stukken en is het aangenamer lopen.


Het heeft iets bijzonders, je eigen weg lopen zonder aangewezen pad. Soms vervloek je het, omdat je met momenten amper vooruit komt. Andere momenten waardeer je het juist, omdat het ook heel vrij en wild voelt.


Het is ongeveer een stuk van 10 kilometer, goed te overzien. Over een paar dagen zal ik door een park lopen waar ook geen paden zijn — dit is dan alvast een voorproefje.



Ik vind vervolgens de route weer en de iconische “T”, die door heel Noorwegen op wandelroutes bekend is. Meestal op rotsen geverfd en opgestapeld met meerdere stenen.


Ik kom een tweetal Noorse vrouwen tegen die een praatje maken. Ze hebben beiden een cabin hier in de omgeving. Ze laat me de naam zien van de commune, en zegt dat het haar achternaam is — grappig! Haar familie heeft hier dus altijd gewoond.


Ze vertellen me over wat hutten in de buurt, altijd fijn om wat informatie te krijgen. Ik loop door en kom inderdaad een hut tegen, zoals ze me vertelden. Gezien het tijdstip maak ik alleen wat te drinken en eet ik wat snacks. Het blijft een luxe om deze hutten zo her en der te treffen, al is het maar om even binnen te kunnen zitten, iets warms te eten of drinken, en je benen te strekken.


Morgen is mijn verjaardag. Hiervoor had ik wel een hut op het oog aan het einde van de dag, zodat ik mezelf een bed cadeau kan doen. Sterker nog, er zouden zelfs douches zijn — in een onbemande hut nog wel! Ideaal verjaardagsscenario.


Het is grappig om te zien hoe blij je kunt zijn met normaal zo simpele dingen, en dit nu als een flinke extra voelt.


Aan het einde van de dag kom ik uit bij een meer. De lucht ziet er behoorlijk donker uit, maar het voorspelde onweer trekt gelukkig aan me voorbij. De laatste en komende dagen is het alleen maar hitte en zon, dan kan er in de bergen zomaar een onweersbui ontstaan. Om die reden ga ik niet zwemmen, maar was ik even mijn voeten en benen, eet wat, en kruip daarna mijn slaapzak in.


Op de eerste ochtend van mijn 31e levensjaar loop ik richting het dorpje Tydal. Daar wil ik mezelf even trakteren op wat lekkers, even bellen met familie en mijn benen strekken. Wederom een hete dag, maar we gaan niet klagen.


Wat zal ik dan halen? Toch maar ijs, of gebak? Ik neem een kijkje en zie een heerlijk tompouce-achtig gebakje, ook nog eens afgeprijsd — die neem ik. Daarbij nog wat zoete broodjes, een bakje yoghurt met blauwe bessen, en voilà: het verjaardagsmenu is gereed.


Ik neem plaats aan een klein tafeltje vlak voor de schuifdeur van de ingang. Het is een grappig gezicht: een eenzame wildebras, die roekeloos aan een tafeltje de calorieën naar binnen werkt. Dat klinkt heel primitief, maar vaak probeer ik wat meer te eten als het eten voorhanden is. Zo kan ik de benodigde calorieën sneller binnenkrijgen dan wanneer ik in de bossen ben en het moet doen met mijn voorraad.


Ik maak er vervolgens toch een volle dag van, 50 kilometer, vaak achtervolgd door een aantal dazen die blijven plakken. De enige momenten dat ik van ze verlost ben, is op open plekken — vaak boven de boomgrens — waar de wind sterker waait. Daar neem ik dan ook een pauze, waar ik de enige wandelaars van de dag tegenkom: een Noorse vrouw uit Lofoten, die samen met haar dochter aan het wandelen is.


We maken een praatje en ze biedt me een zak snoep aan voor mijn verjaardag — erg lief! Ik neem een grote hand; de hele zak vond ik wat te veel van het goede. Ik eet het al wandelend op tot aan de hut.


Finally, onder de douche! Wat spullen wassen, laten drogen, lekker eten en op de bank ploffen.



Het is hier echt het platteland van Noorwegen — niet in de zin van vlak, maar wel veel boerderijen, weilanden, koeien en schapen. Het heeft echt wat. Daarnaast kom ik ook geregeld door plekken waar veel Noren vakantiehuisjes lijken te hebben. Ik zie mensen voor hun huis zitten, zonder shirtje en in korte broek, lekker ontspannen. Een leuk gezicht.


Dat zonder shirtje en korte broek zit er voor mij vaak niet in — dan word ik compleet lekgeprikt door de insecten. Wel pak ik hier en daar een frisse duik, bijna iedere dag wel. Er zijn meren en rivieren genoeg.


Ik ben er blij mee dat ik dit soort dingen ook vooral blijf doen, om even het stramien van het wandelen te doorbreken en op een andere manier te ontspannen. Het wandelen voelt vaak ook rustgevend, maar kan soms ook veel van je vragen als je dagelijks grote afstanden maakt.


De omgeving waar ik me nu bevind, voelt heel rustig aan: overal bossen en meren, venen, opgedroogd moeras, vijvertjes — het is een fijn landschap.


Ik ben inmiddels in de fase waar de dagen veel op elkaar lijken, in positieve zin. Er is weer een ritme: 10:00 naar bed, 6:00 opstaan. Een paar uur wandelen, een hapje eten, verder lopen, een duik nemen, wat eten, zo af en toe water filteren, foto's en filmpjes maken, en uiteindelijk tussen zes en zeven ergens eindigen.



De laatste dagen zijn dat geregeld hutten, waar ik in dit gebied vaak alleen ben. Wat een luxe: een eigen hutje in het bos. Even water halen, de boel opruimen, en that’s it. De kachel hoeft niet aan met dit weer.


Ik kijk buiten, met wat eten op schoot, hoe de zon rustig daalt. Al heb ik nog steeds geen zonsondergang gezien. Hoe dan ook: het is en blijft hier een prachtig gezicht.


Morgen staat er weer 40 km op het programma — ongeveer het gemiddelde dat ik de komende tijd zal lopen, tot ik Lisa eindelijk kan zien op 1 augustus in Bodø! ❤️

4 opmerkingen


Willy
23 jul 2025

Wat een avonturen weer Milan. Misschien iets van citroen spray gebruiken tegen de muggen zeg ? Veel plezier nog daar.

Like

Gast
23 jul 2025

Bert Holtrust


Mooi verslag Milan.

Hopelijk weet je van de mensen zonder hoe ze de muggen van het lijf houden.

Mooie trip en goed vooruitzicht 1 augustus.

Like

Arie Boer
22 jul 2025

Milan weer een mooi verhaal en je beschrijft het landschap waar je doorheen loopt.

Veel succes nog richting de Noordkaap

Like

Irma
22 jul 2025

Heerlijk om weer een verhaal te mogen lezen. Natuurlijk hebben we geregeld contact, maar door je verhalen kan ik toch een betere voorstelling maken van je tocht. Succes met her gedeelte buiten de gebaande paden, toch ook een bijzondere ervaring. Dikke kus xxx

Like
Mijn werk supporten?
bottom of page