top of page

| 6 | Norge på langs | Blåfjella - Umbukta | 1600 km |

  • Foto van schrijver: Milan Gelden
    Milan Gelden
  • 1 aug 2025
  • 15 minuten om te lezen

De omgeving waar ik me nu bevind is wild. Overal groen, bomen, veen, moeras, weinig beschaving. De felle zon brandt nog steeds op mijn hoofd, insecten wachten op een hap of prik van mijn lijf. Ik sta op het punt om Blåfjella–Skjækerfjella in te lopen – huh, wat? Ja, inderdaad, pittige Noorse naam. Het is een van de grootste nationale parken, op nummer drie geloof ik. In tegenstelling tot veel andere parken lopen hier weinig gemarkeerde paden. Ik heb mijn GPS-tracks wel, maar dit is slechts een indicatie van waar je ongeveer heen moet. Ik kan vaak wel zien waar mensen hebben gelopen, aangezien de paden al wat gebaand zijn. Sporadisch komt er een hut tevoorschijn, waar een aantal kilometer van tevoren soms planken worden neergelegd. Dit om niet in het moeras te zakken, mochten de omstandigheden erg slecht zijn. Momenteel is het al langere tijd droog; dit is ook terug te merken in de ondergrond. Ik ben benieuwd hoe lang dit nog aanhoudt. Voor nu koester ik het maar – er zullen vast nog regenachtige dagen komen waarop ik terug zal verlangen naar deze zonnige periode.


De eerste dag in het park kom ik ook het "geografisch middelpunt van Noorwegen" tegen. Of dit nu het midden is van zuid naar noord, of ook de breedte is meegerekend, is me nog onbekend. Dat moet ik nog even uitvogelen zodra ik bereik heb. Het is een steen, in the middle of nowhere in een moeras – toepasselijk! In ieder geval een mijlpaal, althans, dat denk ik. 🙃 Boven de bergen stapelen de wolken zich inmiddels op en het begint donker te worden. Het eerste gedreun van onweer is in de verte te horen en zoals het er nu uitziet, lijk ik er recht op af te lopen. Ik maak toch maar iets meer tempo, aangezien ik er het liefst zo snel mogelijk vandaan wil. Na een tijdje gaat mijn route links afwaarts, zodat ik niet direct op de donkere lucht af loop. Met diep zakkende passen loop ik de heuvel op. Het kost extra veel moeite om hier vooruit te komen. Dit park zou ook gebruikt worden als trainingslocatie, bijvoorbeeld voor sporters of militairen – ik snap wel waarom.


Half bushwackend (door de bosjes dwalen) probeer ik een oriëntatiepunt uit te stippelen. Het is niet fijn om de hele tijd op je mobiel te moeten kijken. Daarnaast struikel je om de zoveel tijd doordat je niet kijkt. Ik moet een rivier over, en opeens ligt daar – jawel – een brug. Geen paden, wel een brug: geniaal. Het waterpeil is zo laag dit jaar dat veel rivieroversteken niet eens een extra brug nodig hebben. In het begin van mijn hike, hoog in de bergen in het zuiden, was dit nog wel het geval – daar waren toen helaas geen bruggen.


Mijn volgende oriëntatiepunt is een meer; hier zou een hut moeten liggen. De donkere lucht lijkt dichterbij te komen en ik kan de eerste regendruppels al voelen. Ik push mezelf verder door het moeras, waar een aantal vogels mij duidelijk maken dat ik door hun gebied kom. Tevergeefs gaan we door en komt de hut dichterbij. Ik zie drie mensen, die met eenzelfde nieuwsgierigheid mij ook aanstaren. Die zullen gedacht hebben: “Zijn we eindelijk weg van alles, komt zo'n mafkees langs.” Ik kon alleen maar denken: “Snel onderdak voor de storm komt.” Ik kom aangelopen en maak een praatje – althans, dat probeer ik. Ze praten niet tot nauwelijks Engels. Dat was me nog niet eerder gebeurd bij de Noren. Of… ze hadden er gewoon geen zin in. Ze kwamen niet heel enthousiast over. Ik vroeg of het een open hut is of hun eigen hut. Het duurde even voordat dit begrepen werd, waarop de vrouw van een jaar of 50 zei: “Privat.” Ik vroeg of ik even de storm kon uitzitten – dit was prima. Ik vond het wel gek, ik dacht van tevoren gezien te hebben dat dit een publieke plek is met meerdere bedden. Hoe dan ook: ik heb een tent en ik kan even wachten. Ook geen probleem.


Het valt me overigens op dat ik redelijk wat verschillende ervaringen heb met de Noren. Sommige zijn behulpzaam, warm en sociaal. Maar er zijn er ook die totaal niet open lijken te staan voor contact – laat staan als je niet Noors bent. Bij deze mensen had ik het gevoel van situatie twee. Maar goed, soms zit je gevoel ook verkeerd. Wellicht bedoelen ze het goed. Indrukken zijn ook maar een interpretatie van mezelf, mogelijk soms ook beïnvloed door mijn eigen gemoedstoestand. Ik bedank de mensen alsnog en zoek een kampeerplek uit, niet veel verderop. De storm is inmiddels verdergetrokken – gelukkig met een boog om me heen gegaan. De zon komt weer tevoorschijn en lijkt nog steeds op hetzelfde punt te staan als in de namiddag: hoog boven mijn hoofd, alsof die nooit ondergaat. Nu blijft het in deze fase 24/7 licht – een bijzonder natuurverschijnsel. De zon gaat wel onder, maar echt donker wordt het niet.



Nu we in een warme fase zitten van volop zonneschijn, zijn het veel actieve zonuren. Zeker gezien ik de hele dag buiten ben, pak ik die volop mee. Geregeld neem ik een duik in een meer – de ene nog mooier dan de ander – maar soms ook een enorme domper. Zo sprong ik een keer in een meertje, wat eerder een vijver/moeras was, waardoor ik er niet per se schoner uit kwam. Aan de andere kant heb je vaak boven in de bergen de mooiste, kristalblauwe meren. Koud, maar dat vindt mijn lijf wel fijn na een hele dag zon, lopen, en wondjes van muggenbulten en dazensteken.


Het wilde Blåfjella maakt plaats voor een stuk Noors platteland, de route naar Snåsa. Een klein dorpje, diep in het Noorse binnenland aan de grens met Zweden. Ik neem plaats in de supermarkt en raak aan de praat met twee lokale jongens, een jaar of twaalf gok ik. Vaak wordt er gevraagd naar mijn camera, of ik bijvoorbeeld YouTube-films maak. Ik zeg tegen de jongens dat ik dit zeker op YouTube ga zetten – misschien komen jullie er dan ook in! Het is fijn om kleine contactmomenten te hebben, zeker als je dagenlang alleen door de bossen loopt, waar je amper iemand tegenkomt. Noorwegen heeft slechts 5,5 miljoen inwoners, waarvan de meeste in het zuiden wonen – dat ik inmiddels gepasseerd ben. Het gebied waar ik nu kom voelt kalm, nog kalmer dan de sfeer die al over Noorwegen hangt. Ik voel me niet eenzaam of alleen; het voelt gewoon prima. De natuur om me heen voelt altijd dichtbij, als thuis, en dat is voldoende.


Ik merk wel soms de behoefte om het te kunnen delen. Dat doe ik online, maar binnenkort ook fysiek met mijn vriendin Lisa. Ik kijk er erg naar uit. Later die dag, goed gegeten en voldaan, loop ik verder en moet ik helaas een stuk over de E6 lopen. Omdat het zondagavond is, is het gelukkig vrij rustig – soms langere periodes zonder verkeer. Het was goed te doen. Ik had mijn zinnen gezet op een parkeerplaats naast de weg, met toilet, picknickbankjes en een groot meer. Er staan meerdere toeristen geparkeerd met campers en caravans – de populairste manier om Noorwegen te verkennen. Ik neem plaats aan een picknicktafel en raak aan de praat met een Frans gezin. Ze bieden me aan om mee te eten met pasta. Wat lief! Natuurlijk neem ik het aanbod aan – wat extra eten kan ik altijd gebruiken, dat hadden ze denk ik ook wel door. Ik koester deze momenten. Al zijn het er niet veel, ik ben er erg dankbaar voor. Elkaar blijven helpen is belangrijk, zeker in deze turbulente tijden – de menselijkheid bewaren in kleine daden zoals gastvrijheid.


Ik zet mijn tent later op een vlak stuk gras, waarschijnlijk bedoeld voor tenten, al kun je de met urine besproeide bosjes die iets verderop staan goed ruiken. Niet mijn beste kampeerplek dus. Ik ben de volgende ochtend dan ook weer op tijd weg, wederom op de been voor een lange zonnige dag in Midden-Noorwegen. Ik duik weer de bossen in, compleet bepakt en voor het eerst ook met een muggennet over mijn hoofd. Het is soms om te huilen – they won’t let you go. Op sommige dagen, als ik aan het ploeteren ben – klauterend over heuvels, oneffen grond, veen, en tot mijn middel in een moeras sta – en dan ook nog eens word opgegeten door muggen, dan kan ik niet anders dan hard lachen om de ellende. Dan denk je soms: wat bén je eigenlijk aan het doen?! Maar ik weet heel goed waarom ik hier ben. De diepere redenen wegen zwaarder dan de ellende die je af en toe meemaakt op zo’n pittige dag.


Het is een voorrecht om door deze prachtige natuur te mogen lopen. De vrijheid te hebben om te gaan en staan waar je wilt, je tent op te zetten waar je wil. De uitdaging en kracht die je haalt uit je eigen lichaam als vervoersmiddel. De rust die over je heen komt door langdurig in de natuur te zijn – weg van de drukte en dagelijkse routine. Weinig moeten, vooral mogen. De zon zien verdwijnen achter met sneeuw bedekte bergen, een kudde rendieren zien grazen over de vlaktes, blauwe bessen plukken uit de bosjes. Er zit zoveel moois verstopt in een avontuur als dit – daar kunnen de tegenslagen niet tegenop, al kunnen die best vervelend zijn. En wat de insecten betreft: hopelijk, als ik verder noordwaarts trek, breekt de kou 's nachts vaker door en worden het er vanzelf minder ❄️.


Tijdens mijn verblijf in Snåsa kreeg ik onverwacht nieuws vanuit het thuisfront. Het voelt te persoonlijk om hier te delen, maar het heeft wel degelijk invloed op het vervolg van de reis. Zeker wanneer ik alleen ben, moet ik dealen met alles wat er gebeurt – er is hier geen ontkomen aan. Ik ben erg blij dat ik Lisa volgende week weer ga zien, zodat we samen de reis kunnen voortzetten en elkaar kunnen steunen. Dat is zo belangrijk. Je kunt je niet helemaal afsluiten van de wereld, zeker niet als het dingen betreft die erg persoonlijk zijn en lastige keuzes vergen. Ik voel me wat prikkelbaarder, reageer sneller of schreeuw als ik uitglijd (wat geregeld gebeurt in de modder), en haast me meer door het landschap. Dit is nu eenmaal even hoe het is, maar ook dit gaat voorbij – het zal weer anders worden.


Inmiddels ben ik onderweg naar Børgefjell vanuit Røyrvik. Inkopen gedaan in wat blijkbaar een 24/7 supermarkt was… en ik maar netjes de openingstijden op Google volgen. Maar goed – met een nog warme kaneelbol in de hand loop ik stevig naar de haven, waar ik met een boot richting Børgefjell zal gaan. Daags ervoor had ik contact gelegd en een afspraak gemaakt voor 13:00, omdat er dan nog iemand zou oversteken en je de kosten kon delen. Ik zou dan wel 15 km in iets minder dan drie uur moeten lopen, want ik vertrok pas rond kwart over tien bij de supermarkt. Nu wil ik alles lopen, maar ik wil ook de boot halen. Misschien komt een lift goed uit. Ik loop vijf kilometer en probeer bij de eerste drie auto's te liften, tevergeefs. De vierde auto is raak! Een stel van een jaar of zestig pikt me op – ze hebben hier in de buurt een vakantiehut en net als ik boodschappen gedaan. We kletsen wat en de vrouw vraagt of ik koffie wil. Gezien de tijd is dat mogelijk – daar zeg ik geen nee tegen.


Eenmaal bij hun hut aangekomen – een typisch houten huisje, Noorse vlag wapperend in de wind, uitzicht op het meer – nemen we plaats en vrij snel wordt de tafel volgezet met eten. Ik moest wel even wat gaan eten, dat vonden ze ook. Brood met Noorse bruine kaas – voor het eerst – best lekker! Ice tea, koffie, chocola – het zag er allemaal goed uit. Ze stonden erop dat ik een verhaaltje in hun dagboek schreef – een erg leuk idee. Ik maakte op mijn beurt wat foto’s, samen en van hen apart. Ze vertelden me dat ze vandaag dertig jaar getrouwd zijn – prachtig! Een feestelijke dag dus. Zo zie je maar: een mooie situatie kan zomaar op je pad komen, juist als je het het minst verwacht. Een beetje aandacht en menselijk contact – ik vond het heel fijn en was er echt dankbaar voor. Een tijdje later brachten ze me naar de haven en stapte ik in de boot richting Børgefjell.


Het lieve Noorse stel
Het lieve Noorse stel

Samen met een andere man en zijn hond staken we het meer over. Haren in de wind, benen gestrekt – heerlijk even op de boot te zitten. We komen dichterbij de pier, een enorme waterval stort het meer in, een Noors gezin zwemt in het water en de lucht blijft feilloos blauw – geen wolkje te bekennen. Ik bedank de schipper en begin mijn tocht in Børgefjell – een echt stuk wildernis zonder paden, puur natuur. Dat is ergens geweldig, maar ook mega-uitdagend. Lopen door drassig veen, moeras, lage struiken en dichte bossen is geen pretje. Gelukkig heb je op hogere grond minder last hiervan, al zal ik alles wel meemaken. Na een tijdje een soort voorgelopen paadje te hebben gevolgd, is het nu echt zelf navigeren. Vaak doe ik dat aan de hand van rivieren of meren – zo bepaal ik de looprichting. Het werkt, al zit je niet altijd even nauwkeurig. Ik heb wel een aantal GPX-tracks van mensen die hier gelopen hebben, maar je wilt niet continu op je telefoon kijken.


Ik moet een rivier oversteken, die stiekem toch best wild en diep is. Ik bestudeer het water en probeer het meest ondiepe stuk te kiezen. Ik gebruik mijn stokken voor balans, maar wanneer het water te diep wordt, worden die juist een last – de kracht van de rivier probeert ze weg te duwen. Ik houd ze vervolgens boven het water, klaar om ze neer te zetten als het moet. Ik kom tot een punt dat de onderkant van mijn tas het water raakt en ik inmiddels tot ver boven mijn knieën erin zit. Ik voel de kracht van het water meedogenloos tegen mijn benen drukken en behoud uiterste focus. Ik besef: dit gaat ‘m niet worden – ik moet terug. Met mijn gameface op en volle focus keer ik terug. Een zucht van opluchting als ik weer wat meer boven het water uitkom – poh, dat was kantje boord. Ik moet echt een ondiepere plek vinden. Na een tijdje koekeloeren, passen en meten lukt het me om veilig over te steken.


Helemaal aan het begin van de reis had ik ook zo'n kantje boord-moment. Je adrenaline stijgt als een malle en je schreeuwt het uit als je aan de overkant bent – wat een moment. Ik stijg en stijg en kom uit bij de prachtige bergtoppen van Børgefjell, omringd door ijskoud, helder water – alsof je in een sprookje bent beland. Ik besluit mijn tent op te zetten op een soort strandje aan het water – een parel van een plek. Het nummer Beach on the Moon van Kurt Vile speelt door mijn hoofd – omdat het zo écht voelt. Een strandje op een buitenaardse plek, zo vet.


Even het ijskoude water in natuurlijk. De zon staat nog hoog, waardoor opwarmen geen probleem is. Na het eten even nagenieten van de dag en hup, de slaapzak in. De tweede dag in Børgefjell was zeer uitdagend. Wederom zelf navigeren, proberen de beste route te kiezen – het is een uitdaging. Wat op het oog de snelste route leek, was niet per se het makkelijkst of snelst. De vallei leek de kortste afstand, maar bracht veel ellende: drassig veen, moeras, struiken tot kniehoogte, dicht op elkaar staande bomen – een echte struggle. Ik had beter over de bergkam kunnen lopen, waar over het algemeen meer rotsen en harde ondergrond is. Maar ja, we hebben de keuze eenmaal gemaakt.


Na een halve dag lopen komt de rivier in zicht, die het uiteinde van Børgefjell aangeeft. Hierna is er enigszins weer een paadje te volgen. De rivier moest ik wederom zelf door, zonder brug. Deze keer ging het me wat soepeler af.



Het einde van Børgefjell betekende het begin van de Nordlandsruta. Ik had van tevoren wel gekeken naar de grotere routes die ik zou lopen, maar me niet overal compleet in verdiept. De Nordlandsruta zou me nog sterk gaan verrassen. Het eerste wat me opviel: goede markering. Over het algemeen goede paden, al kan dat ook zeer tijdelijk zijn, aangezien ook de trailmakers het terrein niet geheel voor het uitkiezen hebben en de weersomstandigheden bar en broos kunnen zijn.


Het is fijn lopen vandaag. Ik besluit mezelf eens goed te wassen in een rivier met sterke stroming – een soort real life Center Parcs-waterbaan. Koud is het zeker, maar het geeft een enorme kick. Heerlijk om zo te kunnen spelen in de natuur, weinig spullen nodig te hebben om plezier te maken.


Ik volg later de rivier omhoog en zie her en der hekken staan, bedoeld voor de rendieren die hier grazen. Wederom loop ik door een prachtige vallei, met aan beide kanten besneeuwde bergen, bezaaid met watervallen en stromingen. Wanneer ik op het hoogste punt kom, zie ik een nog groter bergmassief verschijnen – gigantisch, een geweldig beeld. Ik maak er een overdosis aan foto’s en filmpjes van, een enorm geluksmoment. Soms heb je van die uitzichten die je zo’n jawbreaking moment geven. In een land als Noorwegen, waar de pracht een soort gewenning kan worden, is het toch wel bijzonder dat dat gevoel er nog steeds is.



Mijn doel van de dag was om de dichtstbijzijnde weg te halen, gezien de kans op bereik daar vaak groter is. In deze fase heb ik net wat meer behoefte om contact te hebben met Lisa, zeker gezien er wat belangrijke dingen gebeuren in ons leven. Helaas, ook na 43 km doorzetten tot aan de weg: geen bereik. De enige troost was dat er na 3 km een hut zou zijn – een "statskog", een openbare staatshut, voor jagers, wandelaars, etc. Met low spirits tel ik de meters af en ben ik blij als de hut verschijnt. Er staan wat schoenen voor de deur. Wanneer ik opendoe, komt er een man – ongeveer van mijn leeftijd – de kamer uit. “Hello, there’s beds free,” zegt hij.


Het is een Canadees, die de Nordlandsruta loopt. Niet veel later komt er een Noorse man, ook van onze leeftijd, aangezet. Wat verbaasd – net als wij – komt hij binnen. Waar je soms dagen niemand tegenkomt, zijn we opeens met drie man in een boshutje. Gezellig is het zeker. Je merkt toch dat je even extra wilt socializen na wat alletijd in de bossen. De Noor loopt, net als ik, de Norge på langs, maar was al begin mei begonnen. Hij kan dan ook niet geloven dat ik pas 23 juni ben gestart. We hebben hier een leuk gesprek over en wisselen wat verhalen uit: dieren die we gezien hebben, plekken waar we zijn geweest en bijvoorbeeld waarom we dit eigenlijk in Noorwegen doen.


De Noor, Vetle, vertelt dat hij een eland vlak voor zijn tent zag lopen en dat hij een veelvraat had gezien. Gaaf! Beide had ik nog niet gezien, maar wie weet wat er nog gaat verschijnen. Ik hoefde hiervoor niet lang te wachten, want in de vroege ochtend – na een klamme, warme nacht in de statskog – stak er een veelvraat, ter grootte van een kleine beer, het pad over. De veelvraat was ook zo weer verdwenen, geen kans om hem op de foto te zetten. Ze schijnen enorme afstanden af te kunnen leggen – hebben we ook nog wat overeenkomsten! Als je ze even opzoekt: ze zien er best creepy uit, aparte dieren...


Inmiddels begint Umbukta dichterbij te komen, een plaatsje nabij Mo i Rana, waar ik inkopen ga doen voor de volgende dagen. Met momenteel weinig voeding in de tas en een gebrek aan calorieën, hoop ik wat lekkers te kunnen eten in Umbukta.


In de avond maak ik een kampvuur – de eerste sinds tijden, gezien het zo lang warm is geweest. Ik kook mijn laatste mix van bulgur, couscous en noodles, en maak nog een portie extra, gezien morgen nieuwe inkopen worden gedaan.


Wanneer de nieuwe dag aanbreekt, ben ik met mijn gedachten al bij Umbukta. Wellicht kan ik er wat eten, of kan ik snel een lift krijgen? Wat blijkt: het ging allebei. De berghut ligt aan de weg die naar Zweden gaat – naar Hemavan notabene, waar ik vorig jaar heen vloog om de Kungsleden te lopen.


Ik loop naar binnen en stuit op een wat tengere, kleine man – een jaar of 65, gok ik. Hij begint wat in het Noors te brabbelen, waar ik weinig van versta. Wanneer hij doorheeft dat ik geen Noor ben, haalt hij een andere vrouw erbij, die met een soort Russisch-Engels accent spreekt. Ik vraag of ik kan blijven slapen – tuurlijk kon dat! Ze laat me een van de plekken zien: een heel klein houten huisje met een heksenpop ervoor, beetje bijzonder.



Het huisje daarentegen had alles wat ik nodig had: een bed, fornuis, water en elektriciteit. Ik vroeg of ze ook wat eten beschikbaar had. “Iedereen eet een burger,” zegt ze. “Zal ik die maken?” Gezien mijn staat van honger en de beperkte voedzame maaltijden die ik had gehad, kwam mijn vegetarische dieet op een lager pitje te staan en ging ik hiermee akkoord. Hamburger met friet en een hoop ketchup it is!


Tijdens het eten maakt de vrouw gelijk even contact met een andere gast, die later richting Mo i Rana zou gaan. Zo had ze gelijk even een lift voor me geregeld – heel fijn! Na de burger kon ik direct mee en was ik binnen een half uur in Mo i Rana. Gelijk aan de boodschappen. In de winkel een liftbord gemaakt met in grote letters “Umbukta” erop geschreven en weer terug aan de weg gaan staan.


Na ongeveer 10 minuten had ik een rit terug: een Roemeense immigrant die onderweg naar Zweden was om goedkoop inkopen te doen in de supermarkt. Beetje een Nederland-Duitsland-verhaal als je dicht aan de grens woont. We kletsen de hele rit vol en ik ben in no time weer terug – zo kan het ook gaan!


Wanneer dingen onzeker zijn, kunnen er doemscenario’s door je hoofd gaan als: wat als niemand me oppikt en het niet lukt?! Zo zie je maar weer dat dingen zich vaak vanzelf oplossen.


De volgende taak was mezelf en mijn kleren eens grondig wassen. Helaas geen wasmachine, dus alles met de hand. Gelukkig was er een goed verwarmde ruimte met wasrek, waar ik mooi mijn spullen op kon hangen. Vervolgens onder de douche, waar opeens hard op de deur wordt geklopt. Geen goede timing, maar gezien het niet stopt ga ik toch maar even kijken.


De kleine tengere man staat met een ander persoon – van ongeveer mijn leeftijd – voor de deur, of ik de sleutel even wilde geven. De andere persoon was ook een wandelaar, die blijkbaar ook in het hutje kwam slapen, gezien er drie bedden stonden. Op dat moment kreeg ik even spijt dat ik geen eenpersoonskamer had genomen, al bleek het later een prima jongen te zijn met wie ik nog wat leuke gesprekken heb gehad.


De jongen keek wat schaamtevol naar me, gezien hij zag dat ik stond te douchen en wel even had kunnen wachten. De kleine tengere man daarentegen vond het de normaalste zaak van de wereld en wees ook nog eens naar de badkamerdeur – die moest open blijven. Dacht het niet, wat een gekke vent. Gelukkig dacht de wandelaar dat ook, vertelde hij later.


Diezelfde avond had ik nog even wat pasta gemaakt, goed de voorraden aangevuld en de ochtend daarop een ontbijt laten verzorgen door de gastvrouw – simpel, maar net wat meer dan de havermout en granolabars die er normaliter voor het ontbijt ingaan. Nu we wat beschaving hebben, maken we er ook goed gebruik van natuurlijk!


Ik zou vervolgens een halve dag maken, om in een hut te overnachten – even mezelf net wat meer rust geven. Het avontuur gaat verder op de Nordlandsruta, een ruig en waanzinnig mooi pad.



3 opmerkingen


Arie Boer
02 aug 2025

Weer een prachtig verhaal van je avontuur leuk om het te lezen wat je allemaal mee maak in dit prachtige land

Like

Irma
01 aug 2025

Prachtig, krachtig en ook ontroerend. Mooi om dit avontuur nu samen met Lisa te kunnen gaan delen. Geniet samen van al het moois dat op jullie pad komt!

Like

Gast
01 aug 2025

Bert Holtrust

Mooie trip weer Milan en leuk beschreven.

Geniet van de tijd samen met Lisa.

Like
Mijn werk supporten?
bottom of page